
Stijlontwikkeling
De eerste ramen van Jan Willemen hebben nog de illustratieve stijl van zijn grafische werk.
Zijn houtgravures uit die tijd laten dezelfde ragfijne detaillering zien die ook in het raam van ‘Halewijn’ voorkomt. De figuren worden hier gevormd door de tekening en de gebrandschilderde kleurverschillen op het glas. De schaduwen zijn zachte overgangen van licht naar donker en de lijnen van het lood vormen nog niet de contouren van het objecten.
In latere ramen verdwijnt het illustratieve karakter. De achtergrond van het verhaal verdwijnt, de loodlijnen gaan steeds meer samenvallen met de voorstelling en de schaduwen krijgen een hardere begrenzing waardoor het geheel minder ruimtelijk wordt.
Maar het opvallendst is dat elk stukje glas zijn eigen kleur behoudt. Het brandschilderen wordt alleen gebruikt voor toonverschillen en lijnen.
In de indrukwekkende glaswand van de Martinuskerk in Kethel (in 2006 afgebroken) is Jan Willemen op zijn hoogtepunt. Hier krijgt hij de kans om op letterlijk grote schaal zijn gang te gaan. Overal is leven. Alle nuances van gekleurd glas wordt ingezet en grote partijen licht worden afgewisseld met donkere delen. Mens- en dierfiguren worden behandeld met een vrijheid die het plezier van Jan Willemen weerspiegelt.
Veel stukken glas zijn hier hier niet eens gebrandschilderd omdat op dit formaat details ook met het lood gemaakt kunnen worden. Maar het meest bijzondere hier zijn de enorme doorlopende lijnen van lood die de hele wand doorsnijden en tegelijk verbinden. Het lood wordt hier zelfs in drie verschillende breedtes gebruikt.
Doordat Jan in Hoogstraten aanvankelijk sterk gebonden is aan de ontwerpen van prof. Huet moet hij weer enorm detailleren en tijdelijk zijn eigen taal ruilen voor een meer realistische en ruimtelijke vormgeving waarin ook uitgebreid aandacht is voor de achtergrond van het verhaal: landschap en architectuur. Geleidelijk neemt hij zijn vrijheid die uiteindelijk een hoogtepunt vindt in het westraam van de kerk met de voorstelling van het Lam Gods.
In de ramen van zijn laatste jaren blijft de invloed van ‘Hoogstraten’ merkbaar. Jan hervindt zijn liefde voor het detail in de prachtige versieringen die hij aanbrengt in mens en dier. De kleuren zijn vol en rijk en de achtergrond is rijk gevuld met planten en bloemen.




Het raam in de westgevel van de kerk te Hoogstraten voorstellende het Lam Gods.
Lam Gods recht spiegelbeeld.
